Posts Tagged creative city
Het puin van de creatieve stad
Mute magazine legt de creatieve stad op de dissectietafel. Vol 2 #12 heeft als toepasselijke titel “The creative city in ruins” meegekregen.
Planologen, stadsontwikkelaars en allerlei verwante diensten en bedrijven hebben de betekenis van het begrip “creativiteit” zo ver uitgehold dat het nog slechts een alibi geworden is voor het verder leegzuigen van de stad, haar bewoners en haar publieke voorzieningen. De esthetisering van sommige stedelijke gebieden doet daarbij dienst als camouflagetruc voor de mechanismen van uitsluiting en aanpassing die door de culturele regeneratie opgewekt worden. Die vermeende heropleving lokt wel een (kapitaalkrachtige) creatieve klasse naar bepaalde delen van de stad, maar beperkt tegelijkertijd de mogelijkheden van de meerderheid van de bewoners. Mute geeft daarbij onder meer voorbeelden uit London en Glasgow.
Je kan Mute 12 downloaden via de website of een veel mooiere papieren versie bestellen.
Add comment donderdag 13 augustus 2009
De kunstenaar als stedelijk glijmiddel
Er valt weinig aan af te dingen. De kunstenaar is het ultieme gebruiksvoorwerp in de stedelijke vernieuwing. Ze zijn goedkoop, flexibel, plooibaar, multi-inzetbaar, kunnen dienstdoen als sociaal werker, marketingexpert, onderzoeker, ondernemer, psycholoog, begeleider van inspraakprocessen, en indien nodig, als collectief geweten dat ons herinnert aan de schaduwzijden van de vernieuwing. Het ultieme gebruikersgemak van de kunstenaar wordt nog verder vergemakkelijkt door de korte leveringstermijn en de haast oneindige voorraad. Het opentrekken van een blik kunstenaars is in een vloek en een zucht gebeurd. Bij gebrek aan budget, dan werkt men gratis, als lieftallige stagiaire, romantische bohemien of oneindige student. De kunstenaar komt in de moeilijkste hoekjes; geschikt voor het wegwerken van de smerigste plekjes. De kunstenaar; netjes gekleed, welbespraakt en goedgemanierd. Dames en heren, corporaties en overheden, ontwikkelaars en marketeers, sla uw slag!
Merijn Oudenampsen plaatst voor Archined een heleboel vraagtekens bij de manier waarop vandaag kunst op locatie gebracht wordt. Wat is de rol van de kunstenaar in de stedelijke vernieuwing, meer dan het toevoegen van waarde aan de prijs van het omliggend onroerend goed? Is de kunst medeplichtig aan gentrification? En wat is er nog over van de autonomie van de kunst, nu zij op zo’n directe wijze in dienst staat van de overheid en ontwikkelaars?
Add comment woensdag 1 april 2009
Van speeltuin tot werkplaats
Onder de titel “Van speeltuin tot werkplaats – Het raadsel van de creatieve stad” plaatst Merijn Oudenampsen (flexmens.org) vraagtekens bij de idee en vooral de praktijk van de creatieve stad – zoals die een aantal jaren geleden door Richard Florida werd gelanceerd en sedertdien door steeds meer steden in de praktijk werd gebracht.
Wat kan er nu op tegen zijn, een creatieve stad? Het voornamelijkste bezwaar van de nuchtere toehoorder bij het horen van de zoveelste beleidskreet over de creatieve stad, is het hyperige gehalte van het geheel en de vele uitroeptekens waarmee de beleidsmakers hun enthousiasme onderstrepen. Maar de belangrijkste vraag wordt veelal niet gesteld. Draait het in de creatieve economie wel om creativiteit in plaats van om de economie?
Neen dus, want Oudenampsen concludeert onder meer dat in de zogenaamd creatieve stad creativiteit altijd ondergeschikt is aan de economie. Met als consequentie dat het beleid van de creatieve stad de sociale segregatie in een stad net bevordert in plaats van bestrijdt.
Paradoxaal genoeg betekent de fusie tussen economie en creativiteit, dat we steeds economischer zijn met creativiteit. Terwijl de creatieve marketingcampagne van de gemeente op volle stoom doordraait, wordt er inmiddels op vele terreinen flink bezuinigd in de cultuursector en het onderwijs. Theater en muziekgroepen worden bedreigd met opheffing, terwijl op universiteiten scholen en musea de inhoud steeds vaker ondergeschikt maakt aan allerlei quota’s en efficiency maatregelen. Het publieke geheim van de hedendaagse creatieve stad is dat alleen creativiteit die tot economische spin-offs leidt, welkom is.
We zijn dus nog steeds ver (of steeds verder?) verwijderd van de stad zoals bijvoorbeeld de kunstenaar Constant Nieuwenhys en de urbanist Henri Lefebvre die voor ogen hadden:
Terwijl Constant de bevrijding van het creatieve domein uit het economische domein voorzag, zijn we op dit moment getuige – met de creatieve stad van Richard Florida – van de uitbreiding van het economische in het the creatieve domein.
en:
Volgens de Franse urbanist Lefebvre betekent het recht op de stad, ‘the right of citizens and city dwellers, (…), to appear on all the networks and circuits of communication, information and exchange.’ Laten we ons opnieuw voorstellen hoe de creatieve stad van ons allemaal zou kunnen zijn.
Add comment vrijdag 13 februari 2009
Boeklancering “Animal Spirits: A Bestiary of the Commons”
Een kleine maand geleden hadden we het boek hier al eens aangekondigd. Nu komen we er nog even op terug, naar aanleiding van de officiële lancering ervan door het Instituut voor Netwerkcultuur.
Over het boek Animal Spirits: A Bestiary of the Commons van Matteo Pasquinelli:
“Na een decennium van digitaal fetisjisme treft het schrikbeeld van de geld- en energiecrisis nu ook de nieuwe mediacultuur en komt de zelfstandigheid van de netwerken op de tocht te staan. Toch prijzen activisten en de kunstwereld de ‘Creative Commons’ en de ‘creatieve steden’ nog altijd aan als het nieuwe ideaal voor de internetgeneratie.
Matteo Pasquinelli ontmaskert het naïeve optimisme van de Commons, en legt de vinger op de voornaamste sociale conflicten en bedrijfsmodellen die werkzaam zijn achter de retoriek van de Free Culture. De economische parasiet die de filesharing netwerken infiltreert, de hydra van de gentrification in ‘creatieve steden’ als Berlijn en de januskop van het internet met zijn pornografische onderwereld zijn drie onvermelde dimensies van de huidige ‘politiek van het gemeenschappelijke’.
Tegenover het latente puritanisme van schrijvers als Baudrillard en Žižek , die door zowel activisten als kunstenaars voortdurend worden geciteerd, vormt Animal Spirits een spiritueel ‘beestenboek’. In een wereld die wordt bepaald door turbulente beursfluctuaties lanceert Pasquinelli een politiek incorrecte grammatica voor de komende genaratie van de nieuwe ‘gemeenschappelijkheid’.”
De boeklancering vindt plaats op dinsdag 20 januari in het Theatrum Anatomicum in de Waag (Amsterdam), met bijdragen van Geert Lovink, Sebastian Olma en Merijn Oudenampsen.
1 comment woensdag 14 januari 2009
Voorbij het puin van de creatieve stad
Een tekst van Matteo Pasquinelli: “Beyond the ruins of the creative city. Berlin’s factory of culture and the sabotage of rent” (pdf). Geen hapklare brok, maar meer dan de moeite waard om er even de tanden in te zetten.
The literature which promotes the ‘creative cities’ (such as the work of Richard Florida) or denounces their hidden neoliberal agenda and social costs is extensive. This text approaches the ideological construct of the ‘creative city’ (and similar models) from a different angle in order to attempt a reverse engineering of its economic mechanism. Usually both liberal partisans or radical critics of ‘creative economy’ employ a symmetrical paradigm, where the material and the immaterial domains are defended in their autonomy and hegemony against each other. Therefore, the metropolis is respectively described along the urban fabric or the symbolic capital, the good old material economy or the supposedly virtuous economy of ‘creativity’.
On the opposite, this text tries to underline the conflicts, frictions and value asymmetries that occur along the material and immaterial domains; the material accumulation of value triggered by cultural production; the autonomy of the social factory of culture against the skyline of the ‘creative’ cities. Hopefully in this way the invisible motor of the cultural city can be grasped, possibly re-engineered and effectively inverted.
Conceptually, three notions are introduced here. First, the concept of the factory of culture, that is the social production of culture versus the established Creative Industries and the institutional policies of the ‘creative cities’. Second, the profound asymmetries of cultural commons and the accumulation of value between the two layers of symbolic production and material economy (as it happens for instance with gentrification: such conflictive concretions of value can be considered as the very ‘ruins of the Creative City’). Finally, the notion of creative sabotage of creative rent is suggested as a political response to gentrification and exploitation of cultural capital (such a sabotage of value is ‘creative’ as it builds over the financial and real estate ‘ruins‘ and is constitutive of the common).
Add comment woensdag 17 december 2008

